Een Kamerlid stemt over jouw huurgrens, je zorgtoeslag en je belastingschijf. Maar wat staat er aan het einde van de maand op hun eigen rekening? Als je zelf met een modaal salaris rondkomt, is dat geen overbodige vraag. Het antwoord is genuanceerder dan de kale salarisstrook suggereert.
Het brutosalaris van een Kamerlid in september 2026
Een lid van de Tweede Kamer verdient in september 2026 een brutosalaris van circa 9.700 euro per maand. Op jaarbasis komt dat neer op ruwweg 116.000 euro bruto. Dat klinkt als serieus geld, en dat is het ook, maar de context maakt het plaatje ingewikkelder.
Het salaris van het salaris Kamerleden Den Haag is wettelijk vastgelegd en gekoppeld aan de zogenoemde BURAP-salarisschaal, de afkorting voor Bureau Rechtpositie Politieke Ambtsdragers. Deze schaal bepaalt niet alleen wat een Kamerlid verdient, maar ook wat ministers, staatssecretarissen en bewindslieden opstrijken.
Hoe de BURAP-salarisschaal werkt
De BURAP-schaal is een hiërarchisch systeem. Een Kamerlid zit onderaan de politieke ambtelijke ladder, qua salaris althans. Een minister verdient meer, een staatssecretaris zit daar tussenin. De precieze bedragen worden periodiek aangepast op basis van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen en hangen samen met de cao-ontwikkeling in de rijksdienst.
Ter vergelijking: een minister verdient in 2026 bruto ongeveer 12.500 euro per maand. Dat verschil van bijna 3.000 euro per maand reflecteert de grotere verantwoordelijkheid en de zwaardere werkdruk van een bewindspersoon. Een staatssecretaris zit er qua salaris precies tussenin.
Vergoedingen die niet op de loonstrook staan
Naast het brutosalaris krijgen Kamerleden een reeks vergoedingen die je niet direct op de loonstrook terugziet, maar die het totaalplaatje flink kleuren.
- Een vaste onkostenvergoeding van circa 1.700 euro per maand, belastingvrij, bedoeld voor werkgerelateerde kosten.
- Reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer tussen het eigen woonadres en Den Haag, op basis van openbaar vervoer eerste klas.
- Pensioenopbouw via het ABP, het pensioenfonds voor overheidspersoneel. De opbouw is gunstiger dan in veel private sectoren.
- Een budget voor medewerkers en fractieondersteuning, dat technisch gezien niet persoonlijk is maar wel indirect de werklast verlaagt.
Die belastingvrije vergoeding van 1.700 euro per maand is in de praktijk een serieuze extra. Op jaarbasis is dat ruim 20.000 euro netto, zonder dat er loonheffing over betaald wordt.
Wat een Kamerlid netto overhoudt
Een concreet rekensommetje helpt hier. Bij een bruto maandsalaris van circa 9.700 euro valt een Kamerlid in de hoogste belastingschijf. Na loonheffing en sociale premies houdt zo iemand netto ruwweg 5.500 tot 5.800 euro per maand over. Tel daar de onbelaste vergoeding van 1.700 euro bij op, en je komt uit op een maandelijks beschikbaar bedrag van zo’n 7.200 tot 7.500 euro netto.
Vergelijk dat met een modaal inkomen. Het modale inkomen in Nederland ligt in 2026 rond de 44.000 euro bruto per jaar, ofwel circa 3.700 euro bruto per maand. Netto betekent dat iets van 2.600 tot 2.800 euro per maand. Het verschil met een Kamerlid is dus aanzienlijk: bijna drie keer zoveel netto beschikbaar inkomen, inclusief vergoedingen.
Neveninkomsten: wat politici zelf moeten melden
Kamerleden zijn verplicht hun neveninkomsten en nevenfuncties openbaar te maken in het register van de Tweede Kamer. Dat register is online te vinden en wordt periodiek bijgewerkt. Denk aan commissariaten bij bedrijven, betaalde bestuursfuncties bij stichtingen, lezingen en gastcolleges, en adviseurschappen.
Niet alle nevenfuncties zijn betaald. Veel Kamerleden zitten ook in onbetaalde besturen of raden van toezicht. Maar voor de betaalde functies geldt een afdrachtverplichting boven een bepaalde drempel: een deel van wat ze extra verdienen gaat terug naar de schatkist. Hoe precies die verrekening werkt, is geregeld in de Wet incompatibiliteiten Staten-Generaal.
Welke politici verdienen structureel bij
In de praktijk zie je een duidelijk patroon in wie structureel neveninkomsten genereert. Politici met een achtergrond in de juridische sector, de financiële wereld of het bedrijfsleven hebben vaker betaalde nevenfuncties. Denk aan een Kamerlid dat eerder advocaat was en nog steeds af en toe lezingen geeft voor een beroepsorganisatie, of iemand met een verleden in de zorg die in een raad van toezicht zit bij een zorginstelling.
Politici aan de sociaaldemocratische of linkse kant van het spectrum hebben gemiddeld minder en lagere neveninkomsten, zo blijkt uit de openbare registers. Dat is geen politieke uitspraak, maar een feitelijke observatie op basis van de gepubliceerde gegevens.
Vermogen versus inkomen
Het salaris en de neveninkomsten zeggen nog niet alles over de financiële positie van een politicus. Het Kadaster geeft inzicht in onroerend goed. Sommige Kamerleden bezitten meerdere woningen, al dan niet verhuurd. Dat is openbare informatie, maar het koppelen van Kadastergegevens aan individuele politici vereist wat uitzoekwerk.
Er is in Nederland geen wettelijke verplichting voor Kamerleden om hun totale vermogen te publiceren, zoals dat in sommige andere landen wel het geval is. Alleen de nevenfuncties en neveninkomsten zijn verplicht openbaar. De daadwerkelijke vermogenspositie, spaargeld, beleggingen, meerdere huizen, blijft grotendeels privé.
Wij van Krap.nl vinden dat opmerkelijk. Als je een modaal inkomen hebt, weet de Belastingdienst alles over je financiën. Voor volksvertegenwoordigers is de transparantie op dit punt beperkter dan je misschien zou verwachten.
Na de Kamer: de wachtgeldregeling
Wie zijn zetel verliest of er zelf de brui aan geeft, valt terug op de wachtgeldregeling voor politieke ambtsdragers. Die werkt anders dan een gewone WW-uitkering. Een ex-Kamerlid heeft recht op een uitkering die aansluit bij het laatste salaris, voor een periode die afhankelijk is van de diensttijd in de Kamer. Globaal geldt: hoe langer je Kamerlid was, hoe langer de uitkering doorloopt, met een maximum van zes jaar.
De hoogte van de uitkering daalt in stappen. In het eerste jaar ontvang je een hoger percentage van je vorige salaris, daarna neemt het af. Verdien je iets nieuws, dan wordt dat verrekend. De regeling is daarmee relatief royaal in vergelijking met de WW, wat begrijpelijk is gezien het feit dat Kamerleden geen arbeidscontract hebben en daardoor ook geen reguliere ontslagbescherming.
Is een politieke carrière financieel aantrekkelijk?
Dat hangt volledig af van waar je van komt. Voor iemand met een modaal inkomen is een Kamerzetel een enorme financiële sprong omhoog. Voor een ervaren advocaat, een directeur van een grote instelling of een topbestuurder is het salaris van een Kamerlid eerder een stap terug.
Dat verklaart deels waarom mensen die echt veel verdienen in de private sector zelden de overstap naar de politiek maken puur voor het geld. Een partner bij een groot advocatenkantoor verdient al snel het dubbele van een Kamerlid, zonder de publieke druk en de onregelmatige werktijden erbij.
Maar wie uit het onderwijs, de zorg of een andere publieke sector komt, kan in de politiek juist financieel beter af zijn dan ervoor. Daarin zit misschien de interessantste observatie van dit stuk: het salaris van Kamerleden is niet hoog of laag in absolute zin, maar het is altijd relatief.
Een Kamerlid verdient aanzienlijk meer dan de modale Nederlander, zeker als je de onbelaste vergoedingen meerekent. Vergelijk je dat met iemand die met pakweg 44.000 euro bruto per jaar rondkomt, dan is de kloof groot. Wij van Krap.nl vinden de echte discussie niet het brutosalaris, maar de beperkte vermogenstransparantie. Wie beleid maakt dat direct invloed heeft op de portemonnee van anderen, mag wat ons betreft wat meer openheid geven over de eigen financiële positie.
