Je krijgt een WIA-uitkering en je werkgever of een opdrachtgever biedt je een paar uur werk aan. Fijn, zou je denken, maar dan begint het rekenwerk. UWV kort je uitkering, de Belastingdienst herberekent je belasting en de Toeslagendienst past je huurtoeslag of zorgtoeslag aan op basis van datzelfde inkomen. Drie instanties, drie berekeningen, één portemonnee. Wij van Krap.nl zetten de regels concreet op een rij, inclusief een rekenvoorbeeld, zodat je weet waar je aan toe bent voordat je ja zegt tegen die uren.
Wat is je praktische verdiencapaciteit in WIA-termen?
Als UWV je arbeidsongeschiktheid beoordeelt, kijken ze niet alleen naar wat je medisch gezien niet meer kunt. Ze kijken ook naar wat je theoretisch nog wél kunt verdienen, ook al is er in jouw regio nauwelijks werk dat daarbij past. Dat heet de resterende verdiencapaciteit. Die wordt berekend door het loon van drie ‘gangbare functies’ te middelen die jij in theorie nog zou kunnen uitoefenen.
Je praktische verdiencapaciteit WIA is dus wat je in de praktijk werkelijk kunt verdienen, gegeven je gezondheid, opleiding en situatie. Die twee getallen wijken regelmatig flink van elkaar af. Iemand die theoretisch als receptioniste aan de slag zou kunnen, maar door chronische pijn maar twee uur per dag belastbaar is, verdient in de praktijk veel minder dan de theorie suggereert. Toch rekent UWV met het theoretische getal voor je uitkeringspercentage.
WGA of IVA: de verdienregels verschillen sterk
Welke regels voor bijverdienen gelden, hangt af van je uitkeringsvorm. De WIA kent twee varianten:
- IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten): Je bent volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. Je mag wel bijverdienen, maar als je structureel meer dan 20% van het minimumloon verdient, kan UWV je uitkering herzien. De ruimte is smal.
- WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten): Je bent gedeeltelijk arbeidsgeschikt. Hier zijn de verdienregels ingewikkelder, maar is er ook meer ruimte om te werken. De hoogte van de korting hangt af van wat je verdient ten opzichte van je resterende verdiencapaciteit.
De meeste mensen met een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid vallen in de WGA. De rest van dit artikel richt zich dan ook op die situatie.
Resterende verdiencapaciteit versus wat je feitelijk verdient
Stel: je resterende verdiencapaciteit is vastgesteld op 1.400 euro bruto per maand. Je verdient in werkelijkheid maar 700 euro, omdat je maar twaalf uur per week kunt werken. Dan verdien je 50% van wat UWV theoretisch voor mogelijk houdt. Dat percentage bepaalt of en hoeveel korting er op je uitkering komt.
Verdien je meer dan je resterende verdiencapaciteit? Dan kan UWV concluderen dat je toch beter hersteld bent dan gedacht. Dat kan leiden tot herkeuring of verlaging van je uitkering. Verdien je minder? Dan gelden de kortingsregels, maar behoud je (een deel van) je uitkering.
Zo rekent UWV de korting op je WGA-uitkering
Bij de WGA-loonaanvullingsuitkering geldt een specifieke formule. De uitkering wordt aangevuld tot 70% van je oude loon (het dagloon), maar de aanvulling wordt deels gekort naarmate je meer verdient. Een vereenvoudigd rekenvoorbeeld bij 50% arbeidsongeschiktheid:
- Oud loon (maandelijks dagloon x 21,75): 2.400 euro bruto
- Resterende verdiencapaciteit: 1.200 euro bruto
- Feitelijk bijverdienste: 700 euro bruto
- WGA-uitkering zonder bijverdienste: 70% van 2.400 = 1.680 euro, minus het deel boven het minimumloon dat gedekt is door je uitkering. In de praktijk: de aanvulling is het verschil tussen 70% dagloon en je feitelijke loon.
- Met 700 euro bijverdienste: uitkering daalt naar 1.680 minus 700 = 980 euro bruto.
Totaal bruto inkomen: 700 plus 980 = 1.680 euro. Je behoudt dus het niveau van 70%, maar verdient niets extra boven dat plafond zolang je in de loonaanvullingsuitkering zit. Dat klinkt eerlijk, maar in de praktijk werkt dit demotiverend: elke euro die je verdient, wordt één op één ingehouden op je uitkering. Pas als je boven je resterende verdiencapaciteit uitkomt, verandert de rekenmethode (en dan neemt het risico op herkeuring toe).
Belasting over uitkering én loon tegelijk
Een WIA-uitkering is belast loon. Als je daarnaast werkt, heb je twee inkomstenbronnen. UWV houdt loonheffing in, je werkgever ook. Maar de heffingskortingen worden soms dubbel toegepast, wat achteraf tot een naheffing leidt. Vraag UWV schriftelijk om de arbeidskorting niet automatisch toe te passen als je werkgever die al verrekent. Doe dit via Mijn UWV of door contact op te nemen met de uitkeringsafdeling.
Door de combinatie van uitkering en bijverdienste kan je marginale belastingdruk hoger uitvallen dan je verwacht. Op papier verdien je 700 euro extra, maar na belasting en de korting op je uitkering hou je netto soms maar 150 tot 300 euro over van die 700. Dat is geen fout, maar het systeem zoals het werkt.
Toeslagen die krimpen zodra je bijverdiensten stijgen
Je verzamelinkomen stijgt als je bijverdient. Dat heeft direct effect op je toeslagen:
- Zorgtoeslag: Verdien je als alleenstaande meer dan circa 38.000 euro per jaar (verzamelinkomen), dan vervalt de zorgtoeslag volledig. Bij een laag inkomen loopt de afbouw al eerder op.
- Huurtoeslag: Elk extra duizend euro inkomen verlaagt je huurtoeslag. Bij een inkomen boven de inkomensgrens (die jaarlijks wordt bijgesteld) vervalt de toeslag helemaal.
- Kindgebonden budget: Dit daalt naarmate je inkomen stijgt. Het loopt in stappen af, maar boven een bepaald drempelinkomen verdwijn je grotendeels uit de regeling.
Wij van Krap.nl raden je sterk aan om vóórdat je gaat bijverdienen een proefberekening te doen op de Toeslagensite van de Belastingdienst. Een bijverdienste van 300 euro bruto per maand kan door toeslag-afbouw netto minder opleveren dan je denkt.
Het verzamelinkomen als spil
UWV kijkt naar je feitelijke loon om de korting op je uitkering te berekenen. De Belastingdienst kijkt naar je belastbaar inkomen voor de aangifte. En de Toeslagendienst kijkt naar je verzamelinkomen om te bepalen hoeveel toeslag je krijgt. Dat zijn drie verschillende berekeningen op basis van hetzelfde getal, met elk hun eigen drempels en percentages. Een klein inkomensstijging kan daardoor meerdere regelingen tegelijk raken.
Mag je altijd bijverdienen, of moet je toestemming vragen aan UWV?
Je bent verplicht elke inkomenswijziging direct door te geven aan UWV. Toestemming vragen is meestal niet nodig, maar melden is verplicht. Doe dat schriftelijk en bewaar een kopie. UWV verrekent het vervolgens met je uitkering. Doe je dit niet, dan riskeer je een boete en terugvordering.
Wat als je meer verdient dan je resterende verdiencapaciteit?
Dan kan UWV dit zien als bewijs dat je meer kunt dan bij de keuring werd aangenomen. Dat kan leiden tot een herkeuring en mogelijk verlaging van je arbeidsongeschiktheidspercentage. Dat hoeft niet altijd te betekenen dat je er financieel op achteruitgaat, maar het risico is reëel. Verdien je structureel meer? Meld het proactief en laat UWV zo nodig opnieuw beoordelen.
Hoe voorkom je terugvordering achteraf?
Terugvordering ontstaat bijna altijd door twee dingen: te laat melden en verkeerde toeslagen ontvangen. Meld elke verandering in inkomen direct (bij UWV én bij de Belastingdienst voor toeslagen). Ontvang je toeslagen, stel ze dan in op je verwachte jaarinkomen inclusief bijverdienste. Liever iets te laag instellen en aan het eind van het jaar terugkrijgen, dan te hoog ontvangen en moeten terugbetalen.
Stappenplan: bereken je netto-opbrengst vóór je begint
Stap 1: Vraag bij UWV op wat je resterende verdiencapaciteit is en welke uitkeringsvorm je hebt (WGA loonaanvulling, WGA vervolguitkering of IVA).
Stap 2: Bereken hoeveel je bruto per maand zou verdienen met de nieuwe baan of opdracht.
Stap 3: Gebruik de rekentool op uwv.nl (‘Bijverdienen naast uitkering’) om de korting op je uitkering te schatten.
Stap 4: Doe op de Toeslagensite een proefberekening met je nieuwe verzamelinkomen. Voer het totaal in van uitkering plus bijverdienste.
Stap 5: Trek belasting af op basis van beide inkomstenbronnen. Houd rekening met de heffingskortingen en vraag UWV of werkgever wie welke korting toepast.
Stap 6: Vergelijk je netto situatie met en zonder bijverdienste. Pas dan weet je wat het je werkelijk oplevert.
Waar je terechtkunt voor een berekening op maat
Een standaard rekensom geeft richting, maar jouw situatie kan afwijken door specifieke keuring, toeslagsituatie of gezinssamenstelling. Goede adressen voor een concrete doorrekening:
- UWV werkbedrijf: Vraag een consulent om een berekening van de gevolgen voor jouw uitkering.
- Sociaal raadslieden: Gratis beschikbaar via veel gemeenten en bibliotheken. Ze rekenen het totaalplaatje door, inclusief toeslagen.
- Nibud: Heeft een budgetplanner en aanvullend advies voor mensen met een uitkering.
- Juridisch Loket: Voor vragen over je rechten bij herkeuring of terugvordering.
De netto-opbrengst van bijverdienen naast een WIA-uitkering is bijna altijd lager dan het brutobedrag op je loonstrook doet vermoeden. De uitkeringskorting, de belastingdruk en de afbouw van toeslagen komen tegelijk binnen. Dat hoeft geen reden te zijn om niet te gaan werken, maar reken het wel van tevoren door via de tools van UWV en de Belastingdienst. Meld inkomenswijzigingen altijd direct, zodat je geen toeslagen terugbetaalt die je al hebt uitgegeven. Bij complexe situaties helpt een sociaal raadsman of UWV-consulent je gratis verder.
